Fotoalbum Egypte 2011

’t Zweet loopt me intussen over het voorhoofd. Ik heb mijn spullen inmiddels een keer of 6,7 uit- en ingepakt en het helpt geen zier: 20 kilo bagage is een misdaad tegen de duikende mensheid. Moedeloos zak ik in een stoel neer en bedenk dat dit een potentieel mooi concept is voor een real life soap: Help mijn koffer is te zwaar, of Bagage XXL of beter nog Obessi TAS. Ik word gered door een medereisgenote die extra bagage gaat kopen en nog wel wat ruimte over houd, pffff…. En dus kan ik met een gerust hart naar Schiphol vertrekken.

E-ticket zijn een hele vooruitgang. Geen tickets meer die je kunt verliezen, gewoon een paspoort met een foto die lijkt op de klomp vlees en bot die zich boven op je schouders bevindt en je bent binnen. Maar e-tickets helpen niet tegen bureaucratie. De bagageregels van Transavia leveren veel onduidelijkheid op. Maar ik ben voorbereid en heb intussen zoveel studie verricht dat ik de dame van de balie blijkbaar overtuigend genoeg kan melden dat overbagage echt niet van te voren aangemeld hoeft te worden maar gewoon bij de incheckbaliemedewerker kan worden aangemeld. En de incheckbaliewerker? Dat ben jij meid! Ja maar de regeling is veranderd! Ja, dat is waar maar dat geldt niet voor ticket die voor 5 april geboekt zijn. Ze zucht, kijkt nog een keer naar haar monitor en veert weer op. Ja maar jullie hebben als groep geboekt! Ja dat is waar, maar niet via Transavia.com en dat gelden de groepsregels niet… Ik heb medelijden met de dame want Transavia heeft werkelijk een bijna niet te doorgronden bagageregeling bedacht en zij moet het uitvoeren. Ze kijkt nog een keer naar de monitor en als daar ook geen reddende engel op verschijnt gooit ze de handdoek in de ring en begint, na nog een diepe zucht, de rij met Gejo duikers in te checken.

De douane is de volgende hindernis maar die wordt zonder problemen genomen, zelf voor randgroepjongeren uit semi-buitenlanden zoals Friesland of Limburg. Dus is het tijd om taxfree geld te verkwisten. Op een enkeling na loopt de scheiding der geesten hier vrijwel gelijk met de scheiding der sexen. De dames verdwijnen naar de hoek met smeersel, luchtjes en andere mooimakers, terwijl ik een goeie afvaardiging van de mannen tegen het lijf loop op de drankafdeling. Na nog een lunch bij de Mac of anderszins is het tijd om naar de gate te gaan. Het inchecken gaat gesmeerd en als we eenmaal klaar zitten voor de grote sprong komt onze gezagsvoerder Boogerd met de mededeling dat ook in de luchtvaart de eurocrises heeft toegeslagen. Griekse luchtverkeersleiders staken, waarschijnlijk voor meer salaris, een nog lagere pensioenleeftijd én meer vakantiedagen. Maar gelukkig staken ze net zo goed als ze belasting betalen: meer dan 40 minuten vertraging weten ze er niet uit te persen.

Zoals gelukkig altijd (tot nu toe in ieder geval) eindigt de vlucht in een succesvolle landing en worden we met bussen naar de aankomsthal gebracht. Daar kun je als ietwat meer ervaren Egypteganger altijd lachen. Egypte kent namelijk een visumplicht. Een enorme postzegel gaat je paspoort verrijken en op die postzegel staat met koeienletters de prijs van $15. Bij het binnentreden van de aankomsthal staan er heel veel kleine drukdoende mannetjes te zwaaien met A4-tjes waarop vertrouwenwekkende namen staan als Neckermann, OAD en Sunweb. Ze proberen je mee te trekken naar de kraampjes ook al hebben we niets met de getoonde organisatie te maken maar we laten ons niet verleiden en rukken ons los. Als je namelijk gebruikt maakt van hun diensten betaal je al gauw $25 voor een visum. Ze plakken het visum er namelijk voor je in en dat is een klus die ze zeker $10 waard vinden. Naast de entree bevinden zich echter nog een aantal onopvallende lokketten van de Bank of Egypt en daar kun je gewoon voor $15 een visum krijgen én dan plakken ze hem gratis in je paspoort. Een aantal medereizigers die dit verhaal af luisteren, lopen achter ons aan tot grote ergernis en boosheid van de druk gebarende mannetjes. De eerste vrienden zijn gemaakt!

De volgende vrienden worden gemaakt bij de immigratie. Er zijn ernstig weinig loketten open en één van de weinig die open is moet sluiten omdat iemand besluit een fles brandewijn te pletter te laten vallen op de witte vloer. Het rode vocht veroorzaakt een rode vlek waar CSI Miami zijn vingers bij af zou likken. Het te pletter laten vallen van flessen drank lijkt trouwens een nieuwe rage te zijn want Peter (inmiddels beter bekend als Popke) laat zijn fles rum een zelfde buiteling doen. Ik klem mijn heerlijke Glenlivet Nadurra nog wat steviger in mijn handen als ik eindelijk door mag lopen naar de meneer van de immigratie. Vrolijk zeg ik gedag maar de blik in zijn ogen verteld me dat het geen goed plan is om nog meer te zeggen. Weer een vriend erbij!

Om het hoekje, nadat je een stempel gekregen en een wazig formuliertje afgegeven hebt, wordt het werk van immigratie ambtenaar gecontroleerd door een collega, die zo mogelijk nog vrolijker kijkt dan zijn collega. Zo’n binnenkomst is toch altijd een warm bad.

De bagage draait al rondjes op de band en iedereen vind zijn koffers terug, altijd weer een geruststelling. Buiten wacht Samer, één van de duikgids en met twee busje rijden we door het altijd sprankelende Hurghada. Bij de Hilton Plaza worden we afgeleverd bij de boot. De tassen worden door de aanwezige bemanningsleden aan boord getild en als wij zelf ook aan boord klimmen worden we, na inlevering van de voor de rest van de reis overbodige schoenen, welkom geheten door Sonja: een Columbiaanse met Zwitsers roots die na een omzwerving langs een aantal eilanden in de Pacific weer terug is in Egypte. We worden gebriefd over het reilen en zeilen van de boot, vullen wat formulieren in, betrekken een hut en na een kleine proeverij van alle flessen die de aankomsthal van Hurghada wel hebben overleefd, vertrekt de één na de ander naar zijn hut. Morgen duiken!

We mogen uitslapen, half 8 wordt er voorzichtig op de deur geklopt. De rest van de week zullen we rond die tijd al zo’n beetje de eerste duik achter de kiezen hebben maar zo’n regime moet je langzaam invoeren. We gaan op weg voor een checkout duik bij Gotu Abu Ramada. De briefing wordt op de grote flatscreen TV gegeven. Een verademing vergeleken met de krabbels die normaal op het whiteboard verschenen. Krabbels die over het algemeen niet veel te maken hebben met het landschap dat zich tijdens de duik aan je ontvouwt. De checkout duik wordt teruggebracht tot een uitloodduik omdat Sonja vindt dat brilletje klaren, automaat wisselen of andere kunstjes niet relevant zijn voor een groep met gemiddeld zo’n 450 duiken. De duik zelf is prachtig: een krokodilvis ligt tussen de koraalblokken verscholen, een roodkopmurene steekt zijn koppie net boven het rif uit, een symbiose grondel bewaakt het fort voor zijn partner de bouwvak garnaal, anemoonvissen kruipen weg in hun anemoon als die lompe grote duikers voorbij komen, grote scholen met vlaggenbaarsje zwemmen met sprankelende kleuren over het rif, kortom welkom in de Rode Zee.

Na de duik is het tijd voor beraad. De weersvoorspellingen zijn niet best. Zon, dat gaat lukken, 30° Celsius ook nog, maar de wind baart de kapitein zorgen. Windkracht 5 tot 6 wordt er over twee dagen voorspeldt en dat is teveel. De planning voor deze trip was om twee afgelegen riffen, ver op zee te bezoeken. De kapitein heeft ernstige bedenkingen of we beide kunnen doen en dus wordt er na overleg een alternatief bedacht. Deadelusreef gaat niets worden, Brothers wel. Als alternatief vragen we of het mogelijk is om naar de Straat van Tiran te gaan, een riffensysteem tussen de Sinaï en Saoedi Arabië. De kustwacht wordt gebeld, het hoofdkantoor geraadpleegd en uiteindelijk komt de toestemming. Jammer van Deadalus maar veiligheid gaat voor alles. Meteen na het besluit wordt de boot klaargemaakt voor de overtocht naar de Sinaï. Zeven uur luieren, slapen of lezen. Ondanks een stevige golfslag schieten we lekker op en rond een uur of 5 komen we aan bij Ras Mohammed, het uiterste puntje van de Sinaï. We varen voorbij Sharm El Sheik en ankeren bij Gordon Reef, één van de vier riffen die keurig op een rij de Straat van Tiran blokkeren. Dat ze erg in de weg liggen voor de scheepvaart mag blijken uit het feit dat twee riffen gekroond zijn met een wrak dat zich te pletter heeft gevaren tegen het rif.

We maken ons op voor een nachtduik vanaf de boot. Die is vanaf het begin prachtig: schildpadden, beerkreeften, garnalen in alle kleuren en maten, sepia’s en natuurlijk koraalduivels! Onze lampen verlichten hun prooi terwijl zij zelf in de schaduw van de duiker dichterbij sluipen. Lastig bijkomstigheid is dat hun rugvinnen getooid zijn met stekels voorzien van een akelig gif. Paranoia wordt je er van maar het levert ook wel weer spectaculaire beelden op. Een koraalduivel ziet zijn kans schoon en verschalkt in het schijnsel van de lampen van Rik en Cyriel een vis die bijna even groot is als hijzelf. Dat pakt dan ook niet goed uit en na wat worstelen wordt de prooi weer uitgespuugd. Terug aan boord is het diner klaar en is het zaak om niet te laat naar bed te gaan, de tijd van uitslapen is voorbij: morgen 6 uur op….

Het ijzeren ritme van een liveaboard begint zich al snel af te tekenen. Slapen, duiken, eten, luieren, duiken, eten, luieren, duiken, eten… De briefing van Sonja zijn uitstekend. Ze voorspelt feilloos de plaatsen waar stroming gaat ontstaan, ze weet welk soort vissen er te zien zijn, ze gaat altijd met de eerste boot mee, gaat altijd als eerste te water om met eigen ogen de stroming te checken. En de bemanning is ook prima. De zodiakbemanning heeft maar een half woord nodig: of je nu last hebt van je schouder en daar dus niet aan opgetild wilt worden of als je camera vast zit aan je acculamp, als ze het eenmaal gezien hebben weten ze het de rest van de week. Het eten is ook prima. Na 1 dag is het woord “spiegelei” al een standaardterm in de keuken geworden en na elke duik staat er altijd iemand met een blad voor afterdive sapjes klaar. En je duikspullen mag je aanraken maar alleen tijdens het duiken. Je eigen uitrusting uit de zodiac pakken, zelf je pak over je schouders trekken, je vest aan trekken? Zodra je een beweging richting een uitrustingsstuk maakt, staat er iemand paraat om je te helpen.

De zodiacs worden aan het begin van de duik altijd voorzichtig beladen met duikers. De grote boot danst behoorlijk in de golven en de zodiac doet dat ook maar niet hetzelfde dansje. In de zodiac staan twee bemanningsleden en op het duikdek nog eens twee zodat iedereen veilig in kan stappen. De duikgidsen moeten zichzelf zien te redden maar daar is SuperGlenn! Hij staat op en helpt Sonja de zodiac in terwijl hij haar toeroept: welcome aboard Granny! Een koosnaampje dat ze de rest van de trip niet meer kwijt raakt, net zo min als dat Glenn nog van zijn koosnaam my grandson afkomt. De flessen zijn altijd tot de nok toe gevuld met overheerlijke Nitrox (Nitrox! Nitrox! Ooooooohhh NITROX!) zodat zelfs grootverbruikers als ik dik 60 minuten beneden kunnen blijven.

De duiken op de riffen van de Straat van Tiran zijn zeer de moeite waard. Soms weet je niet waar je het eerst naar wilt kijken. We vallen achterover van de zodiac, dalen af en komen bij een nogal lomp lunchende schildpad terecht terwijl achter ons een reuzenkogelvis sloom op het zand ligt. Boven ons schieten 4 kleppers van tonijnen door het water en vanuit de diepte komt een grote Napoleon poolshoogte nemen, kortom je komt ogen te kort. Tot mijn groot genoegen komen we ook heel veel spitsnuitkoraalklimmers tegen. Een klein onderdeurtje van een vis die zich omhoog gewerkt heeft tot één van mijn favoriete vissen want zeg nou zelf: als je zo mooi rood en wit gekleurd bent, met een patroon waar je boter kaas en eieren op kunt spelen, je hebt een gorgoon als huis én je mag 24 uur per dag duiken, dan heb je toch goed opgelet tijdens de evolutie.

Aan het einde van de dag gaan we op weg naar een ankerplaats voor de nachtduik en komen in een school dolfijnen terecht van zeker 100 dolfijnen. Overal om de boot heen springen ze uit het water. Voor de boeg laat een groepje zich voorstuwen door de boeggolf. Ze blijven zeker een kwartier ronddartelen voor ze vertrekken. Als ze uiteindelijk vertrokken zijn wendt het schip de steven en zijn we precies op tijd om de mooiste zonsondergang van de hele vakantie te aanschouwen. De zon gaat bloedrood onder terwijl het laatste licht over het wrak van de Louillia strijkt dat moedig stand houdt boven op het rif. Betoverend.
Na weer een prachtige duikdag, een heerlijk diner met een overheerlijk glaasje Egyptisch rode wijn (met een bouquet dat het midden houdt tussen stookolie en diesel) is het weer tijd om de dag af te sluiten met een heerlijke borrel. Sonja geeft nog even een overzicht van de komende dag. Morgen nog 1 duik bij de Straat van Tiran en dan door naar Ras Mohammed om vervolgens ’s avonds en ’s nachts naar de Brothers te varen. Wektijd 6 uur. Er klinken protesten: zondag om 6 uur opstaan? De wekker zou niet voor 10 uur mogen gaan. Sonja is klaarblijkelijk gewend aan dit soort klachten want beveelt aan om te denken dat het altijd ergens op de wereld 10 uur is…

Eén van de sterke kanten van deze bemanning is dat ze goed het ritme van de andere duikboten snappen. Waar voorgaande duiken in eerdere vakantie bij Shark- & Yolandareef vaak meer leken op Hoog Chagerijne op de zaterdag voor Kerst, nu hebben we het rif voor ons alleen. En het blijft een spectaculaire duik: een muur van 800 meter die zich kaarsrecht naar beneden stort en vervolgens na wat hoeken overgaat in een mooi rif landschap om uiteindelijk te eindigen in het filiaal van de Gamma dat achtergelaten is door het wrak van Yolanda.
Dat het toch nog druk kan worden onderwater, zelfs al heb je het rif voor jezelf, komt door de aanwezigheid van een prachtige, grote steenvis. Achttien man/vrouw rond 1 vis is toch teveel van het goede.

Na de duik vertrekken we onmiddellijk zodat het diner al varend wordt gegeten. Geen soep om te voorkomen dat je met vermicelli en soepballen achter je oren weer de eetzaal verlaat. De hele nacht wordt er doorgevaren totdat we rond een uur of 4 aankomen op de Brothers. De Brothers staan bekend om veel stroming, veel groot “wild”, prachtig koraal maar als we boven komen uit de slaaphut zien we dat er meer mensen zijn die dat willen meemaken. Er liggen 12 boten op de zuidpunt van het eiland. En zo’n 800 meter naar het noordoosten ligt Little Brother met nog eens 6 of 7 boten.

De eerste duik wordt gemaakt langs de oostmuur van het eiland. De briefing is duidelijk: zodra je de hoek van het eiland omgaat zal de stroming stevig worden zo sterk dat je er niet tegen in kan. Dus maak je duik af door voor de hoek langzaam terug te gaan waar je vandaan kwam en vervolgens omhoog te zigzaggen. Termen als saai, mager, grauw zijn van toepassing. Maar nog vervelender: het is gierend druk. Op de hoek komt inderdaad een hele flinke stroming om de hoek gezet, dus rest er niets meer dan terug te gaan. Maar al te ver kan dat ook niet want de stroming die je hier gebracht heeft blijkt toch wel te stevig om tegen in te zwemmen. Er blijft dus niets anders over dan op het puntje langzaamaan omhoog te zigzaggen. Maar alle andere boten hebben ook deze duik besloten te maken dus worden er steeds meer duikers naar het kleine stukje stromingsloos rif gevoerd. Het lijkt wel een Jacuzzi.

Terug op de boot besluit Sonja het ritme nog iets aan te willen passen want zegt ze ”I hate divers, unless they are my divers…” We gaan eerder op pad en dat helpt. De rest van de dag maken we twee duiken op twee prachtige wrakken die we geheel voor ons zelf hebben. De eerste Aïda ligt diep maar is wel erg mooi om te zien. We cirkelen er omheen en laten ons vervolgens door de stroming meedrijven langs een spectaculair mooi rif. De zon staat er vol op, dus de kleuren spetteren er vanaf en de muur wemelt van het leven. De tweede wrakduik is naar de Numidia. Een heel groot schip dat stijl tegen de rifhelling op ligt. Het begint op 0 meter en eindigt op 80 meter, een voor ons onbereikbaar diepte. Het is prachtig begroeid in de meer dan 100 jaar dat het hier ligt.
’s Avonds is er een feestmaal, dat normaal gesproken op de laatste avond geserveerd wordt maar omdat we morgenavond de overtocht naar Hurghada maken, is het 1 dag naar voren gehaald. Een grote kalkoen, gepofte aardappels, pasta, rijst en een hele rij salada’s wachten op de aanval van de hongerige duikers

De volgende dag verkassen we naar Little Brother. Op het onchristelijke tijdstip van 5 uur wordt de motor gestart en schommelen we naar het kleine broertje. Daar wordt met wat passen en meten een ankerplaats gevonden en worden we gebriefd. De eerste duik is niet spectaculair. De zon staat nog te laag en het gehoopte grote wild zoals hamerhaaien of voshaaien zijn niet te vinden. Dat is toch wel een tegenvaller, maar ook hiervoor geldt weer: het is geen dierentuin.
De tweede en derde duik maken veel goed en behoren wat mij betreft tot topduiken van de vakantie. Bij het afdalen zien we bij de punt van het eiland een grote Napoleon op ons af komen. Hij is heel rustig en laat zich tot op een meter afstand benaderen terwijl de kleine kraaloogje alles om hem heen in de gaten houden. Veel tijd om er van te genieten is er niet want er is een grijze rifhaai gesignaleerd door Bianca. Hij zwemt met zijn bek open en laat zich al zwemmend door poetvisjes schoonmaken. De duik eindigt in een kleine baai waar boven ons een enorme kolkende watermassa beweegt. De golven zien er vanaf de onderkant spectaculair uit. Het lijkt alsof ze vanuit het niets omhoog krullen en omslaan.
De derde duik is ook prachtig. Rond 11 uur staat de zon hoog aan de hemel en dat maakt een rif zoveel mooier. Dat blijkt ook nu weer: het zachte koraal is prachtig gekleurd en de vlaggenbaarzen en antheas zijn bijna vonken van een kampvuur. We zien een aantal jagende tonijnen die grote onrust op het rif veroorzaken: alle vissen kruipen dichter tegen het rif om te ontkomen aan de killers. Niet veel later worden ze vergezeld door een aantal dikkopmakrelen die als pijlen uit de boog rondschieten en prooi verschalken. Alsof er zich nog niet genoeg vraatzucht bevond, ziet Tanja vanuit het diepe blauw een grijze rifhaai opdoemen. Hij komt poolshoogte nemen bij de groep duikers en blijft rondjes draaien voor de groep. Spectaculair! Het einde van de duik is grappig. Er zwemmen honderden fluitvissen als een soort onderwater Mikado over het rif. Ze zijn enorm nieuwsgierig en gaan zelfs boven op het hoofd van Sonja liggen.

Tijd om te verkassen. We gaan de terugtocht naar Hurghada beginnen en dat gaat een uur of 10 duren. Sonja heeft voorgesteld om morgenavond een fotopresentatie te houden en dus wordt een groot deel van de overtocht gebruikt om foto’s uit te zoeken en te kopiëren. Rond 10 uur meren we af bij Giftun eiland. Iedereen kruipt langzaam in bed, maar een kleine groep biedt moedig weerstand tegen de slaap. Morgen is er namelijk een jarige en daar moeten nog versieringen voor worden opgehangen. Glenn heeft eerder al lopen smoezen met de kok en geregeld dat hij een taart gaat bakken. De kaarsjes met de leeftijd worden afgegeven zodat ze op taart kunnen prijken. We hangen de slingers op en blazen genoeg ballonnen op om een aanval van decompressieziekte te krijgen. Uiteindelijk zijn we tevreden met het resultaat en gaan naar bed.

De dag breekt weer akelig vroeg aan omdat we graag nog 3 duiken willen maken. Dus worden we om 5.15 gewekt… De jarige Tanja wordt toegezongen in ’t Nederland door de duikers, in het Arabisch door de bemanning en uiteindelijk het Engels door de hele bootbevolking. Tijd om te duiken. Het is een driftduik en die is geweldig. Op de hoek van het rif staat een stevige stroming en het enige dat we kunnen doen is ons mee laten voeren langs al dat moois. Rij na rij staan de gorgonen in de stroming en filteren hun voedsel. Ze worden vrijwel zonder uitzondering bewoond door Spitssnuitkoraalklimmers (daar zijn ze weer!). Als de rust terugkeert doordat de stroming minder wordt zien we octopussen, napoleons, een valse steenvis, naaktslakken (waarvan we er overigens teleurstellend weinig zien, de Zeelandbrug levert meer naaktslakken). We redden het om terug te duiken tot aan de boot zodat we bij bovenkomst meteen de heerlijke geur van pannenkoeken op kunnen snuiven.

’t Is de laatste dag en dat betekent onvermijdelijk de laatste duik. Die gaan we maken op de duikstek waar we ook begonnen waren. Een prachtige stek, voor de kust van Hurghada. De tweede duik is wederom een prachtige duik met als hoogtepunt een school van duizenden geelvin barracuda’s. We maken een rondje en komen terug bij de boot. Onder de boot maken we de safetystop. Daar is John net klaar mee en ik zie dat hij aan de onderkant van de boot, door het wegwrijven van de aangegroeide alg, met grote letters John op schrijft. Paul zijn buddy laat het er niet mee zitten en schrijft erachter + Paul… En Glenn zou Glenn niet zijn als het plusteken vakkundig omgebouwd werd tot een hartje met een pijl. Ergens op de Rode Zee vaart er dus een boot rond waarop ware buddyliefde te zien valt. Wat een week zonder vrouw op stap al niet kan veroorzaken…

Boven zijn inmiddels de dagboten gearriveerd en kunnen we lachen om alles wat er zich op afspeelt. Een introduik van een meisje met een betraand gezicht, geflankeerd door twee gidsen die elk een hand vast houden en een derde die het geheel filmt. Of een snorkelaar van tussen de 75 en de schijndood met een omvang die richting een zeekoe gaat. Hij staat bibberend en sputterend op het achterdek, omringt door familie en snorkelgidesen maar hoeveel ze ook op hem inpraten, hij durft de grote sprong niet te wagen. Hand op zijn masker, andere hand houdt de snorkel krampachtig vast. Intussen probeert hij te zien wat er om hem heen gebeurd (wat niet meevalt met de volle hand over zijn masker) en daar ook nog commentaar op de te geven (wat niet meevalt met een mond vol snorkel.) Pas na nog het monteren van een extra zwemvest wordt hij onder lichte dwang het water in gewerkt.

De laatste briefing, natuurlijk net al voorgaande briefings van deze dag van start gegaan door het zingen van Happy Birthday, waarschuwt voor het voorkomen van lots of bikinifishes in all colors and sizes en inderdaad om ons heen is het een gekrioel van snorkelaars. We worden daarom met de zodiac aan de andere kant van het rif afgezet zodat we de grootste drukte kunnen vermijden. Dat lukt prima en de duik is een waardige afsluiting van een prachtige serie duiken.

Terug op de boot is het tijd om spullen te spoelen, te drogen te hangen en tassen in te pakken. We gaan op weg naar Hurghada en in de haven is het moment voor de grote groepsfoto. Iedereen wordt naar het voordek gemanoeuvreerd en behalve dat er op voorstel van Sonja nog een keer of drie gezongen wordt voor de jarige, verwordt de groepsfoto al snel in een concert met als hoogtepunt het volkslied van de Gejo vakantie 2011: van voor naar achter, van links naar rechts met als enige rots in de branding Rob! Die laat zich niet gek maken en houdt de rug recht… Het laatste diner wordt een afscheidt van de kok. Die staat zenuwachtig achter zijn luikje te loeren. Bijna vergeet Sonja het en pas na een opmerking van Glenn kan hij zijn enkele, door de zon gebruinde tanden bloot lachen: de verjaardagstaart. In de vorm van een dolfijn of haai en met de kaarsje in verkeerde volgorde erop. Een grap die hij de komend jaren niet meer kan maken zonder dat het of geen enkel effect heeft of waarschijnlijk nog minder tanden oplevert. Prachtig is ook het diepgemeende Habby Birthday. Dus nog maar een keer gezongen (Tanja kijkt vanaf nu wel uit om mee te gaan tijdens haar verjaardag)

’s Avonds worden de foto’s van iedereen via het grote scherm geshowed en daar zitten prachtige, leuke, hilarische foto’s bij. ’s Avonds wordt Hurghada bezocht met Sonja als gids omdat ze de hele vakantie iedereen lekker heeft gemaakt met verhalen over een Italiaanse IJssalon en wij nou eindelijk eens wilde controleren of de verhalen over het lekkerste ijs van Egypte waar is. Tanja grijpt haar kans om iedereen te bedanken voor het prachtige en veelvuldige zingen door op ijs te trakteren. Na nog een biertje en een shisha worden we door de bus weer afgeleverd op de boot. Daar worden nog wat pogingen gedaan om de bagagevrijheid van 20 kg niet te overschrijden door de resterende flessen leeg te maken maar uiteindelijk komt aan deze dag ook een eind.

Van de volgende dag is eigenlijk niet veel te melden, we hangen wat rond op het strand van Hilton Plaza, wandelen wat door de sloppen van Hurghada, vergrijpen ons massaal aan de Burgerking gerechten op het vliegveld en vergapen we ons aan de onwaarschijnlijke hoeveelheid meuk die in de taxfree te koop wordt aangeboden. De terugvlucht is prima, de aankomsttijd wat minder en als ik om half 4 mijn bed is val, voel ik mij zelf nog heen en weer wiegen op het ritme van de boot. Dat schommelen verdwijnt gelukkig snel, wat langer mijn evenwicht blijft verstoren is de oorwurm: van voor naar achter van links naar rechts….
Tijd voor de conclusie (he he…)

Een prachtige vakantie met een geweldige groep, uitstekende boot en bemanning, topduikgidsen en hele mooi duiken.

Fotoalbum Egypte 2011