Hamerhaai!
Elphinstone
Hamerhaai? Hamerhaaien zul je bedoelen

De volgende dag is de wind afgenomen en is de golfslag behoorlijk minder. We beginnen weer met een duik aan de noordkant van het rif. Terwijl de eerste groep in het diepe blauw vijf hamerhaaien ziet (of vijf keer dezelfde), wordt de tweede groep na tevergeefs wachten in het blauw, bij het rif begroet door een school van 35 hamerhaaien. Sierlijk komen ze de groep tegemoet, zwemmen onder ze door en langs ze heen en verdwijnen in het blauw. Als de zodiak bij de Royal Emperor aan komt zit er een boot vol met duikers die hun vuisten naast hun slaap houden… Ook de tweede duik worden we ook weer begroet door haaien. Als we echter terug naar het rif zwemmen komen er een aantal zilverpuntrifhaaien die het voorzien hebben op een aantal tonijnen. Wij duikers, naïef als we zijn, hangen gretig toe te kijken hoe de haaien rond de vissen cirkelen. Als Ali Baba ze echter opmerkt, gebaart hij onmiddellijk dat we tegen het rif moeten gaan zwemmen. Later vertelt hij dat tonijn en zilverpuntrifhaaien een slechte combinatie is. Als de haaien eenmaal toe slaan, lijkt er een knop om te gaan en grijpen ze alles wat beweegt. Hoeveel er waar is van dit verhaal wordt niet duidelijk maar niemand is bereid het in de praktijk te testen. Ook tijdens de tweede duik komen we veel “grote” vis tegen. Niet alleen haaien, maar ook kleppers van zilver glimmende tonijnen, boos kijkende makrelen en loom zwemmende wrakbaarzen en zelfs voor de echte arendsogen onder ons een manta, die echter niet veel meer dan een afwisselend wit en zwart vlekje is. De laatste duik word vanaf de boot gemaakt aan de lijzijde van het rif. Dit is een uiterst relaxte duik, lekker een beetje mee deinen met de stroming terwijl het prachtige rif aan ons voorbij trekt. Een grote napoleonvis zwemt koddig en loom voorbij de groep duikers en even verder op zit een schildpad een kwal op te peuzelen. Een reuzemurene schommelt heen en weer en beneden op een zanderig plateau ligt een trekkervis op zijn kant een gat te graven voor zijn broedsel. Het rif is prachtig; bijna aan het einde van de duik verschijnt er een soort waterval van koraal. Van boven naar beneden golft een soort van olifantenhuidkoraal over zo’ 25 meter naar beneden.

Na deze duik is het tijd voor het diner waarna iedereen zich klaar gaat maken voor de terugreis, maar niet voordat we een excursie naar de vuurtoren hebben gemaakt. De zodiak dropt ons af en over de spoorrails van de steiger lopen we richting de vuurtoren. We mogen hem beklimmen en erboven op heb je een prachtig uitzicht over Daedalusrif. Altijd als ik boven op zo’n toren sta, bekruipt me de lust om te vliegen maar de naamgever van dit rif, Daedalus, de Griekse labyrintbouwer, die samen met zijn zoon Icarus opgesloten zat op een klein eiland, heeft dat ook geprobeerd en is jammerlijk neer gestort, vandaar dat ik maar vlieg tijdens het duiken, val je een stuk minder hard. We nemen afscheid van de soldaten en varen terug naar de Royal Emperor. Alhoewel de wind aardig is afgenomen staat er nog wel wat golfslag. Toch verloopt de terugreis naar Elphinstone rustig, de meeste mensen slapen en een enkeling brengt de nacht half slapend, half wakker door op het bovendek.

Hamerhaai!
Elphinstone