Terug naar de kust
Inpakken en wegwezen

Vandaag de laatste duikdag! Terugkijkend is alles voorbijgevlogen met tegelijkertijd een gevoel alsof de eerste dag aan boord tijdens een ander leven was. Af en toe krijg ik een flard binnen vanuit mijn hersenpan over wat ons overmorgen te wachten staat als we weer voet zetten op Nederlands bodem…Gauw weg drukken want de flarden zijn niet leuk en hier is het heel erg leuk. De eerste duikstek is het Lighthouse, een bommie midden in een zandvlakte die vanaf zo’n 25 meter diep kaarsrecht omhoog komt, als een echte vuurtoren.

Nao, weer beter, geeft ons een briefing en vertelt ons dat we vrijwel zeker slangen tegen zullen komen. Ze stelt ons gerust door te vertellen dat deze zeeslangen tot de goedigste beesten onder water behoren, maar maakt dat weer minder prettig door te vertellen dat ze ook de giftigste slangen ter wereld zijn, wel 4 keer giftiger dan de giftigste landslang. In de boekjes die we over duiken in Australië gelezen hebben, staan mensen die slangen vasthouden en om zich heen wikkelen dus erg eng kan het nooit zijn. We ankeren aan een boei die vast ligt aan een betonblok, het eerste teken van de terugkeer naar de beschaving. De bommie is heel apart. Inderdaad als een vuurtoren zo smal en recht steekt hij omhoog. Aan de basis nauwelijks 15 meter in doorsnee en boven misschien 5 meter. We laten ons afzakken tot op de zandbodem en worden daar meteen begroet door een zeeslang die echter maakt dat hij wegkomt. Enorme scholen van gele snappers dwarrelen rond de bommie, als een soort gouden sneeuwstorm dwarrelen ze om ons heen.We maken een ronde om de voet van de bommie en zien als we bijna rond zijn, een zeeslang zwemmen ietwat weg van de bommie. Nieuwsgierig gaan we wat dichter en bekijken de zeeslang die een beetje onhandig rondneust over het rif. Hij vertrekt en net als wij ook willen vertrekken zie ik een prachtige naaktslak. Ik kruip dichterbij en laat mezelf op de knieën zakken in het zand om beter een foto te kunnen maken. Als ik bezig ben voel ik iets in mijn kruis en kijk naar beneden. Daar komt de kop van een zeeslang tussen mijn benen door terwijl een andere zeeslang zich om mijn benen heen wikkelt. Praatjes over ze bijten niet en “they won’t bother you if you don’t annoy them” tellen allemaal niet meer mee als zo’n uiterst giftig en slechtziend monster over je benen heen kronkelt. Ik hou mijn adem in, om ze niet te laten schrikken en na een minuutje besluiten ze om te vertrekken, mij met een boel lucht in de longen en veel opluchting tussen de oren achterlatend. We beginnen aan de spiraal om de Lighthouse. Daar is veel moois te zien, veel naaktslakken, een mantiskreeft die er prachtig gekleurd en vreemd uitziet. Ondertussen worden we nog steeds vergezeld van wolken gele snappers. Af en toe schiet er een school barracuda’s langs, zwemmen er eenhoornvissen, zitten er prachtig blauwe en rode zeesterren op de bommie en met de regelmaat van de klok komt er  een zeeslang

langs om te neuzen. We hebben met het slangenavontuur ietwat te veel lucht verbruikt doordat we te lang op 25 meter zijn gebleven en moeten het laatste stuk van de toren sneller doen. Boven op de toren hangt een touw om uit te hangen en daar maken we de safety stop samen met de helft van de groep. Beneden zien we nog een aantal andere duikers neuzen in allen hoeken en gaten, terwijl ze af en toe uit het zicht verdwijnen om na een rondje van 32 vlak weer te verschijnen. Een prachtige en enerverende duik. Half 9 staat iedereen hoog en droog weer op de boot en kunnen we op weg naar de Codhole en het ontbijt. Het is ongeveer een uurtje varen dus als we aankomen hebben we nog zo’n 1½ uur voor we het water in gaan. We zien de eerste boot van de hele week, de boot van Lizard Island, die net een potato pod voedering achter de rug heeft. Daarom besluit de crew om eerst een andere duik te maken, namelijk aan de buitenkant van het rif. De kans bestaat anders dat er geen of nauwelijks potato cod komen. De boot wordt losgegooid en we maken een liveboat exit.

Bij het afdalen komt er al meteen een grijze rifhaai aan om ons te verwelkomen. We dalen af naar zo’n 20 meter en beginnen de duik. We krijgen visite van een grote karetschildpad, die zich van niets en niemand wat aantrekt en onder grote belangstelling knabbelt aan het rif. We gaan door en volgen een tijdje een mooie grote fluitvis, een vis van 2 á 3 centimeter hoog en een meter lang met hele piepkleine vinnetje aan het einde van zijn lijf, lijkt te klein om hem voor te bewegen, maar probeer hem niet bij te houden, hij schiet er van door en laat je verbluft achter. Vlak voordat de duik klaar is krijgen we nog bezoek van nog een schildpad en die vindt alles best, tot op 50 centimeter naderen we hem en hij geeft geen krimp, sterker nog als we wegzwemmen komt hij weer onze kant op en laat ons nogmaals zien hoe grappig en mooi hij is. Dik een uur en een mooie duik later staan we weer aan boord van de Nimrod, die deze keer voor het echie naar de Cod Hole vertrekt. We lunchen, rusten nog wat uit in het zonnetje en krijgen vervolgens een uitgebreide briefing. Het komt in het kort hierop neer: iedereen gaat met Demi mee en vormt een halve kring om Nao die al eerder met de tender wordt afgedropt.

Daar gaat iedereen op zijn knieën zitten en houdt zijn handen over elkaar met zijn vingers onder zijn oksels verstopt om te voorkomen dat onhandige baarzen de verkeerde stukken vlees opeten. Vervolgens komt Nao, vraagt met een knik of je mee doet en als je dat bevestigd houdt ze een dode vis voor je gezicht. De enorme potato cods van 100 kilo of meer komen er op af met een flinke vaart en eten de vis op, in het voorbij gaan aardig wat duikers omver zwemmend. Bij Tanja steelt een kleine, kwaadkijkende rover het visje weg voordat de wat sukkelige potato cod erbij kan, maar de tweede keer geeft hij Tanja bijna een zoen als hij de vis wegkaapt. De vissen zijn enorm indrukwekkend. Grote dikke lijven, wit met zwarte stippen. Als een kudde hongerige wolven gaan ze achter de jerrycan met dode vissen aan. Nao boxt er af en toe eentje weg die te brutaal wordt. Zo wordt de cirkel twee keer rond gemaakt. Na afloop met nog ¾ tank vol gaan we nog een stukje verder richting Shark Alley en inderdaad ligt er een witpuntrifhaai te slapen. Hij zwemt in eerste instantie weg maar als we hem, min of meer per ongeluk, verder op weer tegenkomen kunnen we tot op zeker 1 meter afstand komen zonder dat ook maar een beetje onrust. Het is waarschijnlijk een zij want ze is dik en moet waarschijnlijk binnenkort werpen. We maken een rondje door Shark Alley en keren terug richting de boot. Onderweg komen we nog een witpuntrifhaai tegen die duidelijk bijtwonden heeft waarschijnlijk een gevolg van de paring die nogal ruw schijnt te verlopen bij haaien.

De boot lig boven op het rif met maar een paar meter water er tussen. Soms als er een grote golf is, komt de boeg akelig dichtbij het koraal maar het gaat als maar goed. Het zicht is hier vele male helderder dan we de afgelopen week gewend zijn geweest. Waar we de afgelopen week met 15, 20 misschien 25 meter zicht moesten doen (zielig he….) is het zicht hier zeker 40 meter zo niet meer. We komen boven van deze een na laatste duik vol verhalen over de potato cod voedering. Je ziet dat de groep al aardig aan elkaar gewend geraakt is. Iedereen praat met elkaar of we elkaar al heel lang kennen, met de uitzondering van de Duitse fractie, die zich of distantieert of waarvan gedistantieerd wordt, het resultaat is echter het zelfde. We gaan op weg naar de allerlaatste duik van deze vakantie, iets wat mij altijd heel weemoedig en droevig maakt. Zo’n week in zulk lekker weer, met zoveel aardige mensen, zoveel moois te zien, zo rustig en relaxt met mijn eigen stuk erbij is altijd het beste wat ik me kan bedenken en om dan te realiseren dat het voorbij is, doet pijn, waarbij de gedachte aan thuis, zelfs na een maand weg, niet aanlokkelijk is; kou, regen, grijze luchten, druk werk….

Half vijf arriveren, nadat we onderweg al een briefing gehad hebben van Nao. We gaan duiken bij de Snake Pit. We pakken onze spullen voor de laatste keer bij elkaar, pak aan, schoentjes aan, loodgordel om, vest en fles aan, vinnen in je hand, fles open, buddy check, stommelen naar het duikdek, vinnen aan en overboord. We moeten eerst onder de boot door naar de ankerlijn en dalen via de ankerlijn af naar de 4 bommies beneden. Tijdens de afdaling wordt duidelijk waarom het hier snake pit heet. Twee zeeslangen kronkelen beneden over het rif. Omdat er meer te zien is laten we ze na 5 minuten achter en gaan richting de grootste bommie. Daar komen we Rich, Annie & Penny tegen die ter ere van de laatste duik zich hebben verkleed, Rich met een gehaakt petje en Annie met een jurk aan zijn een grappig koppel. De bommie is prachtig en wat opvalt is dat de vis veel minder schuw is dan we de afgelopen week hebben meegemaakt. Papagaaibekvissen zijnbinnen hand bereik te bekijken, eenhoornvissen, altijd vanaf een veilige afstand toekijkend, zijn op 2 meter afstand te bewonderen. Blijkbaar doet een regelmatig bezoek van duikers, wat op deze plek gewoon is, veel goed voor de gemoedsrust van de vissen. Ze zijn blijkbaar gewend aan deaanwezigheid van duikers. We zien nog enkele prachtige naaktslakken, zeenaalden, anemoonvissen en eenhoornvissen. We maken een aantal rondjes rond de bommies en per rondje wordt ik weemoediger. De laatste keer in veel maanden dat ik in heerlijk warm water met prachtige natuur en met mijn eigen stuk naast me, hier in alle rust rondzwemmen tussen al dat moois, maakt me altijd droevig, even veel water in bril als er buiten… Zolang we kunnen blijven we beneden maar na 60 minuten is het afgelopen. We volgen het touw omhoog en geven voor de laatste keer onze vinnen aan een wachtende crewmember, hijsen ons voor de laatste keer uit het water en hangen voor de laatste keer onze spullen af. Al onze spullen worden door de crew gespoeld, dat is nog eens service, morgen alleen maar inpakken en wegwezen. Terwijl we alles opruimen en we ons zelf ook afspoelen vaart de boot richting Lizard Island en ankert vlak voor het strand. We maken de groepsfoto in de ondergaande zon op het voordek. Klaus krijgt zeker 8 camera’s in zijn hand gedrukt en wij staan zeker 8 keer zo vriendelijk mogelijk te lachten. Het eten wordt omlijst door afscheidsperikelen. We krijgen een paar flessen champagne van de crew, (omdat we zo geweldig waren….) Chantal en Beat krijgen een T-shirt gratis omdat ze voor de derde keer meevaren (goeie investeringspremie..) en tot besluit krijgen we een heerlijke taart, gemaakt door Sellah. Na het eten komt de merchandise op tafel, T-shirts, petjes, video’s etc. We kopen twee T-shirts voor mij omdat ik daar altijd lekker in kan zwijmelen als we terug zijn in ons koude land. We kletsen nog wat na en Per, Glenn en ik staan op het bovendek, kijkend naar de sterren nog wat te filosoferen, waarbij vooral de ideeën van Glenn tot de verbeelding spreken, buitenaardse wezen, nog net geen groene mannetjes, complot theorieën over CIA, KGB en Irak met dwarsverbanden en doorspekt van patriottisme. Mede hierdoor maken we het niet echt laat, rond 11 uur liggen we in bed en zijn ook meteen vertrokken.


Terug naar de kust
Inpakken en wegwezen