Op pad met SE Aruba
Terug

Vanochtend is het alweer de laatste duik, want morgenmiddag om 2 uur vertrekt het vliegtuig. We gaan met de grote boot van S.E.Aruba naar Skalaheia, een rif zo’n beetje voor het appartement maar dan aan de zeekant. De boot is afgeladen met echtgenotes van Nederlandse mariniers die een dagje uit hebben. De boot is een groot kippenhok. Tussen al die dames van de stoere mannen zitten er ook flink veel die vinden dat zij het grootste organisatietalent hebben, kortom veel gewauwel. De duik is wel heel mooi, maar zelfs onderwater zijn er dames die de leiding willen nemen en er wordt flink wat op de bottle gebanged om mensen te attenderen op een onjuiste gang van zaken. De duik zelf is heel mooi, maar de nachtduik van gisteren speelt nog steeds door m’n hoofd. We zien twee flinke grote kreeften. Verder heeft zo’n laatste duik altijd iets triests, als je lucht dan op is en je moet naar boven, kijk je achterom, zie je al die vissen, dat koraal, voel je dat lekkere warme water, en dan denk ik altijd: hoelang zal het nu weer gaan duren voor ik dit weer meemaak? Terug bij Seabreeze spoelen we de pakken voor de laatste keer in het zwembadje. Philip heeft z’n pc intussen aangeschaft en is na het uitpakken van twee dozen al de wanhoop nabij. Hij heeft alle toeters en bellen gekocht die denkbaar zijn en die zijn niet geïnstalleerd. Omdat alle pc’s toch een beetje je kindje zijn help ik ze om alles te installeren en te configureren. Ineke is doodsbang voor het apparaat. Opeens ben ik blij dat we morgen vertrekken. ‘s Middags is het zwaar bewolkt en besluiten we de auto te nemen om naar de Natural bridge te gaan. De oostkust van de Antillen is altijd spectaculair. Enorme golven slaan stuk op de rotsen. De weinige baaien (boca’s) hebben wel een strandje maar de stroming is zo sterk dat je hem al voelt trekken als je tot je enkels in het water staat. Wel zijn er veel schelpen te vinden dus aan Tanja heb je geen kind meer. De Natural bridge is leuk, maar niet echt veel meer als dat. Een grote boog van rots is blijven staan terwijl zijn fundamenten zijn weggespoeld door de woeste branding

Op de terugweg rijden we langs een Hollandse molen die in stukken is gezaagd en naar Aruba is getransporteerd ergens in 1960. Het ontgaat ons volledig wat de toegevoegde waarde is, maar misschien dat de vele Amerikanen het wel leuk vinden. In ieder geval hebben ze hem een zeer on-Nederlands, Caribische kleurtje geven. In de molen blijkt wel een aardig winkeltje te zitten met in ieder geval een paar leuke dingen. We kopen allebei een T-shirt en wat souvenirtjes voor de moeders Het is intussen etenstijd geworden en we besluiten om in Oranjestad te gaan eten. Aan de oude haven, met uitzicht op zee, strijken we neer bij de Peacock, een aardig restaurant. Het weer is intussen flink opgeknapt, dus we kunnen op het terras aan de water kant zitten. We voelen, nu het einde steeds dichterbij komt toch weer dat we dit gaan missen. Op een of andere manier is het leven, los van het feit dat je vakantie hebt, toch een stuk vriendelijker als het zulk lekker weer is. Ook het tempo van leven wat ze er hier op na houden is zoveel rustiger als in Nederland. Het eten is lekker en na het eten slenteren we nog wat door Oranjestad. Aan de pier heeft weer een enorm cruiseschip aangelegd, waar weer drommen Amerikanen vanaf komen. Elke twee dagen ligt er weer een ander cruiseschip en zie je Oranjestad vollopen met dikke, gepensioneerde Amerikanen.

We pakken de auto en rijden terug naar Pos Chiquito voor de laatste nacht in ons Seabreeze appartement.


Op pad met SE Aruba
Terug