Artikel geschreven voor de Onderwatersport . Heeft het niet gered. Toenmalig hoofdredacteur heeft wel wat zwaar verminkte stukken tekst gebruikt in een verder door hem geschreven artikel. Zijn stijl, onbegrijpelijk lange zinnen afgewisseld met lelijke oneliners, beschouw ik als heel lelijk, nog los van de schrijffouten. Jammer is wel dat hij mijn naam als schrijver eronder heeft laten staan  😡 .

 

Beneden mij zie ik mijn buddy afdalen langs de ankerlijn. Als ik geen duikbril op had, zou ik me nog eens goed in de ogen gewreven hebben. Ik ben nog maar op 15 meter diepte en voor me zie ik de contouren van het wrak op 30 meter al duidelijk liggen. Het is me duidelijk dat mijn lamp alleen nog dienst hoeft te doen als loodvervanger.
Aangekomen bij het anker is de gidslijn al uitgezet op het wrak van L’Espadon, een in 1980 gezonken trawler die nog trots overeind staat op de zeebodem. Als we nog maar net begonnen zijn aan de ronde over het wrak, is het plotseling gedaan met het goeie zicht. Ik denk nog bij mijzelf: ”typisch Nederland: goed zicht duurt nooit lang…”. Even verderop wordt duidelijk waar die enorme stofpaddenstoel vandaan komt. Vlak achter het stuurhuis hebben vier duiker zich “vastgebeten” in een groot net dat op het wrak vastzit. Een paar hefballonnen hangen vastgehaakt aan de bovenkant van het net en houden het al een klein beetje onder spanning zodat de duikers, gewapend met messen waar Rambo jaloers op zou zijn, aan de onderkant lijnen door kunnen snijden. Een lastige klus die vaardigheden vereist. Niemand wil verstrikt raken in een net dat elk moment een vrije ongecontroleerde opstijging kan gaan maken. Maar het wordt me al snel duidelijk dat we hier te maken hebben met professionals. Er wordt voorzichtig gemanoeuvreerd en tegelijk wordt er druk onderling  gecommuniceerd. En hoewel de gebaren in geen enkel NOB lesboek voorkomen, is wel duidelijk dat deze mensen elkaar snappen en inderdaad: nadat nog een paar dikke strengen van het warrelnet doorgesneden zijn, stijgt het gevaarte langzaam op en verdwijnt naar de oppervlakte en blijven de vier duikers tevreden achter.

Mijn buddy en ik besluiten verder te gaan en zwemmen langs twee duikers die bijna in het wrak lijken te willen kruipen. Biologen Arjan Gittenberger en Niels Schrieken gaan helemaal op in hun queeste om het leven op de wrakken in kaart te brengen en deze keer gaan ze wel heel ver: meestal komen ze door de uitbundigheid van het leven niet veel verder dan 5 meter van de ankerlijn.
Nog iets verder is iemand die “Duik de Noordzee schoon” wel heel serieus neemt. Bioloog Joop Coolen heeft een zelfontwikkelde stofzuiger mee onder water genomen. In gedachte zie ik Sergeant Majoor Stiefelhagen al langs komen en met zijn witte handschoenen langs de randjes van het wrak gaan. “Noemen wij dat schoonmaken cadet Coolen?”
De werkelijkheid is een stuk complexer dan een stukje stofzuigen. Er worden via de stofzuiger monsters genomen van het minuscule leven dat zich in de zandbodem rond de wrakken bevindt. Boven water wacht stagiaire Tristan da Garça om al het opgezogen leven te analyseren. Op die manier kan een DNA profiel gemaakt worden van zoveel mogelijk soorten die in de Nederlandse wateren voorkomen.
Dat is dan ook meteen de verklaring waarom de (nog) niet duikende Tristan bijna elke avond probeert ook een bijdrage te leveren door met een emmer aan een touwtje een poging te doen om kwallen te vangen. Ook een kwal heeft namelijk recht op een DNA profiel. Dat kwallen vangen met een emmertje niet meevalt, valt af te leiden uit het feit dat na 5 dagen proberen, de teller nog steeds op 0 staat. Pas als we MacGyver omdopen in McDiver en we met een oude tas, wat tie wraps en lange stok aan de slag gaan, slagen we er in om een oorkwal te vangen. De arme stakker verdwijnt ook onder het meedogenloze mes van Tristan maar de keerzijde van de medaille is dat hij wel vereeuwigd zal worden in de DNA databank, een schrale troost…

Een blik op de computer leert me dat we de helft van onze bodemtijd er op hebben zitten en dus wordt het tijd dat ook wij een bijdrage aan een betere (onder water) wereld gaan leveren. De postzak wordt tevoorschijn gehaald als we een groot stuk staandwant tegenkomen. Zodra je begint met snijden verdwijnt het net meer en meer in een stofwolk en moet je snijden op de tast. In het net zitten een aantal Noordzeekrabben verward maar die zijn stoer genoeg om zelfs zonder safetystop een tripje naar de oppervlakte te overleven, dus verdwijnen ze met net en al in de postzak. Tijdens het snijden wordt de omgeving opeens een stuk lichter. Als de UFO uit “Independence Day” hangt Jack Vliegendhart met een frame vol lampen boven ons, terwijl filmers Klaudie Bartelink en Peter van Rodijnen onze actie filmen. Als mijn cap maar goed zit….

Voor mij als nieuwkomer bij het fenomeen Expeditie is het mooi om te zien hoeveel mensen tijdens zo’n duik vanuit zoveel verschillende disciplines en beweegredenen allemaal hetzelfde doel nastreven.

Het wordt tijd om aan de opstijging te beginnen want de 0 minuten bodemtijd is op de computer verschenen. We zwemmen terug naar de ankerlijn – die soms meer weg heeft van een waslijn – met 5, 6 zakken vol netten die hangen te wachten om naar boven gehaald te worden. Eenmaal boven ligt de zodiac al klaar om mij naar de Cdt. Fourcault te taxiën. Een surfboard dat ingenieus achter de zodiac is bevestigd, dient als transportmiddel. Je trekt jezelf erop, de zodiac levert je af bij de kooi die naast het schip klaar hangt, je stapt op en je wordt keurig afgeleverd op het dek. Daar worden we opgevangen door Valerie Fijen die naast haar medische kennis ook een uitstekende duikleider blijkt te zijn en na een warme spoeldouche kun je de dubbelset simpel afhangen. Een ideaal systeem waardoor 19 duiken in 1 week goed vol te houden is.

Als het anker door het laatste buddypaar naar de oppervlakte is geschoten en iedereen weer aan boord is, wordt het tijd om te oogsten. Eerst gaat de boot op jacht naar het grote net dat met 4 hefballonnen in de verte ronddobbert. Kapitein Pim dwingt mijn respect af door het 55 meter lange ex-marineschip met schijnbaar achteloos gemak zo dicht langs het net te sturen dat we in 1 keer met de dreg raak kunnen gooien. De kraan is een welkome hulp bij het aan boord brengen van het net. En dan is het weer verder jagen naar de ankerlijn. Als ook die aan boord is, ligt er een imposante stapel netten. De krabben die verstrikt zitten worden respectvol losgemaakt. Dat respect dwingen ze met name af vanwege de enorm sterke scharen. Soms besluiten ze in de stress die het lossnijden moet veroorzaken om zich vast te klampen aan een lijn en dan kun je nog maar 1 ding doen: wachten tot ze loslaten… Het vislood en de blinkers worden gescheiden en de netten verdwijnen in big bags die op het helikopterdek staan.

Thom de kok heeft al een paar keer de stank van de netten getrotseerd om te zien hoever we zijn met het opruimen, zodat we na het opruimen van het laatste net meteen kunnen aanschuiven voor de lunch. De biologen maken zich met tegenzin los van hun boeken, de fotografen Udo van Dongen en Cor Kuyvenhoven moeten zich losrukken van hun laptop en de archeologen Ivar en Rob kunnen met moeite hun schets van het wrak loslaten, maar de lunch van Thom is altijd een doorslaggevend argument om aan te schuiven. Tijdens het eten wordt de afgelopen duik geëvalueerd en de komende duik voor besproken onder leiding van Ben Stiefelhagen die zo enthousiast is dat hij de herkomst van het woord “briefing” niet altijd even scherp voor ogen heeft. Ben Stiefelhagen, Harold Batteram en Erik Bronsveld hebben veel voorbereiding gestoken in het bepalen van de duikvensters en de wraklocaties en die voorbereiding betaald zich terug. Alle wrakken worden gevonden en door de periode van doodtij is van stroming vrijwel geen sprake: in de Maarsseveense plassen gaat het soms erger te keer…

Resultaten

Als we voor het eerst in 8 dagen aan de verre horizon weer land zien verschijnen, zijn in het vooronder de fotografen en filmers samen met de biologen koortsachtig bezig om een presentatie voor de wachtende pers te maken. Er zijn prachtige beelden gemaakt, zoveel dat kiezen moeilijk is. Maar de resultaten zijn er dan ook naar. Tijdens een duik op het wrak van de Anna Graebe wordt de juweelanemoon Corynactis viridis gevonden, het eerste bewijs dat dit fotogenieke exemplaar in Nederland is gevestigd. Deze soort behoort tot de Corallimorpharia, een orde die nauw verwant is aan de harde koralen. Juweelanemonen komen daar in hun interne anatomie sterk mee overeen, maar missen het voor harde koralen zo typische harde skelet.
Een andere vondst was de bolle bolzakpijp Synoicum pulmonaria waarvan tot nog toe niet bekend was dat deze zich in Nederland had gevestigd. Deze witte kolonievormende zakpijp werd tijdens de expeditie op bijna alle wrakken aangetroffen.
Verder werd op een in de jaren negentig gezonken Russische onderzeeër op 32 meter diepte een tot nu toe onbekende kleurvariant van de sierlijke slibanemoon Sagartia elegans gevonden. Hij heeft fel roze tentakels en een oranje mondschijf. Dit zeer opvallende exemplaar werd tijdens de expeditie vanwege zijn bijna tropische mooie kleuren “Sagartia elegans varia maxima” genoemd.

Meer dan 2000 kg aan netten, een flinke bak met vislood en grote doos met plastic visblinkers werd samen met mede-supportduikers Hans van der Plas, Ad Groenenberg, Derko Mulder, Fred Groen, Peter van Spronssen, Robertino Mulder, Ronald Stadhouder en Marcel Buys van de wrakken verwijderd. Een respectabele hoeveelheid maar nog maar een begin. Alle bezochte wrakken zouden met gemak een veelvoud van deze hoeveelheid op kunnen leveren, reden te meer om door te gaan!

Duidelijk is geworden dat de wrakken een cruciale rol spelen bij de verspreiding van soorten. Waar vroeger oesterbanken als hard substraat dienst deed als mogelijke springplank voor soorten, zijn deze door overbevissing volledig verdwenen en zijn alleen de wrakken nog over  als “stepping stone”. Des te dramatischer om te zien hoezeer er gesloopt is op de wrakken. Het wrak van de Elbe, dat ik eerder bezocht in 2007, is in de 5 jaar die volgden door slopers met poliepkranen veranderd van een stoer wrak in een trieste hoop metaal. Reden te meer om te blijven aandringen op bescherming van deze belangrijke oases in onze grootste lap natuur: stoppen met slopen en doorgaan met schoonmaken. De 18 wrakken zijn na deze expeditie in ieder geval een veiliger en schonere plek voor het onderwaterleven geworden.