Panta rhei
Een beetje kortaf...

Die drie keer Thistlegorm start met wederom een zachte klop op de deur om 6 uur. We gunnen onszelf 20 minuten soezen en gaan vervolgens als echte routiniers te werk: kleren aan (ongeveer 10 seconden werk: korte broek, hemdje), door naar boven waar we in het voorbijgaan de Nitroxanalyzer meepakken, fles analyseren (keurige jongens: wij zijn de enige die dat trouw blijven doen), ademset monteren, door naar de eetzaal voor een bak heerlijke aanmaakkoffie en dan redden we het net om in de bel voor de briefing klaar te zijn. Wij, William en Geert, horen dan de Franse briefing aan als een mooi samenspel van veel mooie klanken waaruit we af en toe wat oppikken om vervolgens een privébriefing te krijgen in het Engels. We gaan het wrak van buitenaf bekijken. We dalen af zonder noemenswaardige stroming en komen op het altijd spectaculaire wrak. Trots overeind staand, ankerkettingen, treinwagons links en rechts van de laadluiken en in de laadluiken veel materiaal zoals vrachtwagens, vliegtuigvleugels, motoren, munitie, laarzen en zo meer. We gaan door de kapiteinshut. Zijn ligbad staat klaar om gevuld te worden. We koersen door en komen bij het achterdek langs de propeller, een gigantisch 6 bladig kunstwerkje. Hoekje om, twee kanonnen op het achterdek, niet in staat geweest om de aanval van de Duitse jagers af te weren, staan nog trots overeind. Omdat er vrijwel geen stroming staat, besluit ik de locomotief aan bakboord te gaan zoeken. De enorme explosie die de bom veroorzaakte heeft in een wijde omgeving veel restanten gedeponeerd waaronder een locomotiefje. Het zicht is echter zo mager dat ik geen zicht op het wrak kan houden en dus besluit ik terug te gaan. De teruglopende luchtvoorraad is een goeie reden om de opstijglijn te gaan bezoeken. Halverwege komen we Ceril tegen, een hyperactieve maar erg aardige Fransman die als leider van een groepje ernstig benieuwd is waar die opstijglijn zich bevindt. Omdat de navigatie in mijn ogen kristalhelder is, snap ik in eerste instantie niet wat hij wil maar als wij door zwemmen en hij nogmaals het gebaar voor einde duik maakt snap ik hem en wijs hem de goede kant op. Eén van de groepsgenoten heeft daar blijkbaar geen goed gevoel over en start een onderwaterdiscussie. Omdat ik 100% zeker ben van mijn zaak, tik ik hem op de kuiten en geef zo’n dringend mogelijk aan dat de gekozen route goed is en dat hij door moet zwemmen. Ceril tik zijn virtuele pet aan voor het beëindigen van de discussie.

Voor duik twee komt Samboe langs om te vragen of Gert het ziet zitten om de ruimen door te gaan. Gert heeft tijdens een enorm drukke duik op de Giannes D namelijk een keer aangegeven dat het penetreren van het wrak aan hem voorbij mocht gaan. Nu is dat anders maar de bemanning, als altijd gebrand om het iedereen naar de zin te maken, maakt zich zorgen over Gert’s en mijn duik. We gaan dus op pad met Samboe met de afspraak om aan te geven als het eng wordt. Dat wordt het natuurlijk niet en als echt geroutineerde wrakduikers duiken we alle ruimen van de Thistlegorm door, altijd weer verrast door de efficiënte en compacte manier van laden. Het begin van duik is trouwens al spectaculair als er een schildpad ligt te slapen op het voordek, totaal onaangedaan door alle aandacht. Kortom: topduik!

De derde duik gaan we weer op pad met Samboe en omdat ie gehoord heeft dat we de locomotief op de eerste duik gemist hebben, gaan we speciaal daarvoor langs de locomotief, leuk om te zien! We maken nog een klein rondje langs de ruimen die we vanmorgen gemist hebben.  De luchtvoorraad dwingt ons om eerder naar de opstijglijn te gaan. Daar hangen als was aan de lijn op een stormachtige dag. Het klappert ongenadig en vasthouden is hard werken. Als de safetystop klaar is vechten we ons naar de trap. Eenmaal zonder automaat bekent Gert dat zijn fles knetterleeg is. Laten we zeggen dat we het onderste uit de kan gehaald hebben…

We maken de oversteek naar het vaste land, lekker stuiterend over de Rode Zee en komen bij bushalte Bluff Point. Zeven boten op een rij, allemaal klaar om een nachtduik te gaan maken. Maar eerst worden we, tegen de regels in, naar het eiland gebracht door een zodiac. Het is een militair gebied en dus verboden maar El Captino heeft er mee ingestemd dus kunnen we. Het is leuk om rond te lopen op vaste grond. Gelijk bij de landingsplaats vind ik op een rots twee modderkruipers die zorgvuldig uit de buurt van het water blijven met bolle wangen vol water als voorraad zuurstof. Altijd weer gaaf om te zien wat bijzondere gedrag beesten kunnen ontwikkelen om te overleven. Ze kruipen over de rots heen met het gemak van een hagedis.

De nachtduik vindt plaats bij La Barge, beter bekend op andere boten als The Barge, maar nog beter bekend in mijn dagboek als Bluff Point. We zijn op zoek naar een wrak maar vinden het niet direct. Een dikkopmakreel is in onze lampen aan het jagen, spectaculair maar ook angstaanjagend. Op nog geen armlengte afstand schiet de altijd booskijkende makreel door de lichtbundel, mij keer op keer de stuipen op het lijf jagend. Ook komen we een enorme reuzemurene tegen. Uiteindelijk vinden we het wrakje door de enorme hoeveelheid lampen. We vinden Tommy, de local murene met een enorme nek. Enorme scholen vis cirkelen om ons heen, kortom een gave duik.

Eenmaal boven blijkt Ceril, die deze duik heeft overgeslagen, zijn belofte van gisterenavond om ons in de catering mee te nemen, na te komen. Op het bord staat William and Geert: twee pils (gespeld door zijn Vlaamse vrouw) en worden we bediend door de stuiterbal van de boot met twee lekkere biertje. Inmiddels twee Taliskers verder ligt aan de andere kant van de kamer Gert zachtjes te zagen en ik te tikken aan de laatste woorden van dit verslag….


Panta rhei
Een beetje kortaf...